Lees hieronder het interview met Het Laatste Nieuws:

Kersvers burgemeester Geert Hermans: “Ik heb deze titel nooit opgeëist, maar ben wel klaar om Buggenhout groener en bekender te maken”

Een man van sjerpen is hij niet, zo zegt hij zelf. Maar sinds deze maand is het burgemeesterslint toch het zijne: Geert Hermans (49) is de komende twee jaar burgervader van Buggenhout. De fakkel nam hij midden deze legislatuur over van Pierre Claeys. “Een wissel op de toekomst”, volgens zijn CD&V, “koehandel” volgens de oppositie. Wij vroegen het Hermans zelf tijdens een exclusief gesprek. “Wie mij opportunisme verwijt, denkt maar best iets anders”, zegt hij. Een gesprek over zijn nieuwe rol en de zestien jaren als schepen die eraan voorafgingen.

Het was een afspraak gemaakt meteen na de jongste gemeenteraadsverkiezingen waarbij CD&V de grootste én enige bestuurspartij van Buggenhout werd: Pierre Claeys werd burgemeester, maar zou de sjerp in de loop van de legislatuur doorgeven aan Geert Hermans. Dat maakte Claeys zelf bekend toen hij in september zijn afscheid van de sjerp tegen eind 2022 aankondigde. Hij stak daarbij niet onder stoelen of banken dat dat met spijt in het hart was en dat hij het liever anders had gezien. Het stemmenkanon van CD&V wisselde het burgemeesterschap met het schepenambt en bevoegdheden van Claeys en Hermans werden herverdeeld.

Om met de deur in huis te vallen, burgemeester: begrijp je dat kwatongen je opportunisme verwijten? Claeys had het grootste aantal voorkeursstemmen, was dé favoriet van de Buggenhoutse kiezer, maar toch doet hij de legislatuur als burgemeester niet uit en neem jij die functie over.
“Laat duidelijk zijn: ik heb de burgemeestersjerp nooit, op geen enkel ogenblik, opgeëist voor mezelf. De wissel werd in het begin van deze legislatuur zo afgesproken binnen CD&V, op voorstel van de toenmalig CD&V-voorzitter. De partij wilde zo een wissel op de toekomst doorvoeren, voor verjonging tegen de volgende verkiezingen gaan. Opportunisme moet niemand mij verwijten, ik ben gewoon op de vraag ingegaan. Ik heb ook nooit mijn boontjes te week gelegd op het burgemeesterschap. Maar ik zal, nu het aan mij is, dit natuurlijk wel ter harte nemen.”

Pierre Claeys liet anders wel aan iedereen verstaan dat hij liever burgemeester was gebleven, dat hij alleen maar een stap opzij zette omdat hij gemaakte afspraken niet wilde schenden. Begrijp je die spijt bij zijn afscheid?
“Ik begrijp dat zeker. Pierre was in die drie jaar hard gegroeid in zijn rol als burgemeester van Buggenhout. Hij voelde zich daar prima in en dan valt een afscheid natuurlijk zwaarder. Maar ik ben ervan overtuigd dat hij zich in zijn nieuwe rol als schepen ook goed zal vinden. We vormen een tandem. Onze bevoegdheden werden evenwichtig herverdeeld. Ik behoud Openbare Werken en Milieu omdat dit echt mijn dada is, maar Claeys zal aan onder andere Mobiliteit, Stedenbouw, Energie en Woonbeleid ook een stevige kluif hebben. We staan niet met getrokken messen tegenover elkaar. Integendeel, we komen goed overeen. We delen in het gemeentehuis zelfs dezelfde bureau.”

Een groentje in de politiek kan niemand je nog noemen. Hoe is dat allemaal begonnen?
“Ik was actief bij de Scouts toen ik in 1997 ook voorzitter van de Buggenhoutse Jeugdraad werd. Eigenlijk is dat de aanzet van mijn politieke carrière geweest. Vier jaar lang was ik Jeugdraad-voorzitter en in 2000 nam ik voor de eerste keer deel aan de verkiezingen. Ik werd meteen verkozen en werd gemeenteraadslid. In 2007 werd ik schepen. Zestien jaar lang was ik eerste schepen, met bevoegdheden als Openbare Werken en Milieu. Dat is helemaal mijn ding, ik smijt me daar volledig in. En wat ik ooit bij de Scouts leerde, dat blijft nog altijd de leidraad doorheen mijn politiek engagement: elke dag een goede daad. Dat geeft me veel voldoening. Als ik voor mensen iets betekend heb, slaap ik ‘s nachts nog zo goed.”

Conclusie: een politiek beest. Is er daarnaast nog tijd voor andere dingen?
“Ik ben docent aan de Artesis Plantijn Hogeschool voor de bachelor-opleiding Integrale Veiligheid. Maar dat schroef ik nu terug naar zestig procent om nog meer tijd voor Buggenhout te hebben. Daarnaast vind je me vooral op de fiets: ik rij met de mountainbike en de koersfiets. De beste ideeën komen op de fiets vind ik, met het hoofd in de wind. En ik wandelde al zeventien keer de Dodentocht uit. De Buggenhoutenaren hebben met mij een sportieve burgemeester (lacht).”

U staat ook gekend als gedreven dossiervreter, altijd tot in alle details op de hoogte van projecten. Oppositieleden bejubelden dat tijdens de machtsoverdracht tussen u en Claeys, maar wensten u tegelijkertijd ook “wat meer de warmte van Claeys” toe. Wat voor soort burgemeester wil u zijn?
“Ik begrijp dat mensen me als koeler ervaren omdat ik me doorgaans vooral vastbijt in dossiers. Maar ik ben absoluut wél een man onder de mensen. Ik kom buiten, ga naar activiteiten van verenigingen, heb veel sociale contacten met Buggenhoutenaren. En dat het hele jaar door en niet alleen als er verkiezingen aankomen. Het woord burgervader zal me misschien minder snel toegedicht worden dan burgemeester, maar dat is geen punt voor mij. Ik ben altijd bereikbaar voor de Buggenhoutenaar, dat is het belangrijkste.”

Twee jaar tot de volgende verkiezingen is niet zo lang om u te tonen als burgemeester. Bent u nerveus om het waar te maken?
“Ik doe gewoon voort zoals ik bezig was. Geen zenuwen dus. Ik ben niet ineens een andere persoon omdat ik de burgemeesterstitel draag, integendeel. Ik heb er ook geen nood aan me extra te tonen. Na al die jaren in de politiek weten de mensen wel waar ik voor sta: nuchter en zich niet laten meeslepen door de waan van de dag. Al is er toch een gezonde nervositeit voor de eindverantwoordelijkheid die vanaf nu op mijn schouders rust. Ik kan ook niet voor iedereen goed doen. Ik kan alleen maar uitleggen waarom bepaalde keuzes een ja of een nee zijn. Echt zenuwachtig was ik alleen voor mijn eedaflegging bij de gouverneur. Ik weet niet goed waarom, maar het was zo. En achteraf bleek dat totaal overbodig. Het was een heel aangename ervaring in bijzijn van familie.”

Er zijn wel ambities voor de komende twee jaar, begrijp ik. Wat staat er bovenaan het prioriteitenlijstje voor de komende twee jaar?
“Ik wil mijn eigen accenten leggen en heb daarvoor wel wat initiatieven in gedachten. Dat Buggenhout bosgemeente is én geografisch middelpunt van Vlaanderen moeten we meer uitspelen, zowel op economisch vlak als toeristisch. Dat gaat hand in hand: lokken we meer volk om Buggenhout te bezoeken, dan profiteert ook onze middenstand daarvan. Er komen binnenkort ook grote infoborden aan de toegangswegen met daarop ‘Welkom in Buggenhout, het middelpunt van Vlaanderen’. Buggenhout moet ook nog groener met onder andere een bosuitbreiding en meer beplantingen in wijken. En we moeten de wateroverlast in Braekeleer en omgeving prioritair aanpakken. Met vijf sociale instellingen voor personen met een beperking op ons grondgebied is ons Buggenhout bovendien uniek. Die organisaties verdienen alle ondersteuning. We moeten ook werk maken van een toekomstige ruimtelijke visie voor onze gemeente om ervoor te zorgen dat de herkenbaarheid als landelijk dorp bewaard blijft.”

Fusiegesprekken tussen Dendermonde en Buggenhout zorgden een dik jaar geleden voor flink wat commotie. Claeys verwierp toen een mogelijke fusie. Wat als Dendermonde nu bij u komt aankloppen met een fusievraag?
“Een fusie staat niet op de agenda, ook voor mij niet. Buggenhout is geen vragende partij. En zolang we niet verplicht worden door de hogere overheid tot een fusie, zal dit hier niet gebeuren. Er wordt op dit ogenblik ook niet meer over gesproken. Dendermonde bracht respect op voor ons standpunt en ik verwacht niet dat de vraag nog eens komt.”

U bent zelf geboren en getogen Buggenhoutenaar, op en top “enen van den Briel”. Hoe zit het met die roots?
“Ik kom uit een gezin van zelfstandigen. Vader was bakker en is ondertussen jammer genoeg overleden. Mijn moeder kwam uit een landbouwersfamilie. Geboren en getogen in den Briel, ben ik een kind van de Schelde. Ik denk dat daar ook mijn liefde voor de natuur en het groen vandaan komt.”

Zal het wennen worden als mensen u burgemeester noemen? Hoe wil u aangesproken worden?
“Ik weet nu al dat het nooit zal wennen als mensen me ‘burgemeester’ noemen. Ik heb dat niet graag. En ik corrigeer dat ook altijd met ‘zeg maar Geert’. Ik vind die titel heel onwennig. Je zal me om die reden ook haast nooit de sjerp zien dragen. Ik ben ook maar gewoon een mens, toch?”

Bron: Het Laatste Nieuws 12/01/2023 Nele Dooms